Print pagina

Over rolstoelhockey

Het Ontstaan Van Rolstoelhockey

De eerste keer dat er rolstoelhockey werd gespeeld was in 1974. Het initiatief werd genomen door Wim Walgers, gymleraar van de mytylschool (school voor mensen met een lichamelijke handicap) in Enschede.
Deze gymleraar gaf de leerlingen een geïmproviseerde hockeystick in hun handen en gooide een paar ballen in het speelveld, er gebeurde iets wat hij niet had kunnen voorzien. De leerlingen begonnen bijna vanzelf met elkaar de bal te spelen en te schieten.
De leraar zag wel een toekomst in dit spel en stelde zelf een aantal regels op Iedereen vond het leuk, en er kwamen goals (toen nog simpel gemaakt), en zo ontstonden er langzaam aan wedstrijdjes.
De leerlingen van deze school waren zo enthousiast over het spel, dat ze het vertelde aan hun vrienden,
zij wilde het spel ook spelen op hun school. Wim Walgers zag dat het enthousiasme groeide en vertelde zijn idee door aan andere scholen. Zo werden er regels voor verzonnen en deze werden samengevoegd en vastgelegd op papier.
De sport werd beoefend door mensen met een handbewogen rolstoel en een elektrische rolstoel. Eerst met elkaar (gemengd), later niet meer want anders zou het een zooitje worden.
Na de eerste kennismaking werden er al gauw toernooien gespeeld tussen een aantal scholen, nu is het een landelijke sport geworden en zijn er vele verenigingen, zo kwam het rolstoelhockey los te staan van school en ontstonden er echte teams.
De sport is zowel voor mensen met een handicap als mensen zonder handicap.

Het Materiaal En Materiaalgebruik

De Sportrolstoel:
Je moet natuurlijk rolstoelhockey spelen in een rolstoel. Dat kan dan een gewone rolstoel zijn, die je dagelijks gebruikt (ADL), maar het is erg handig om een sportrolstoel aan te schaffen. Vroeger was dat bij rolstoelhockey nog niet het geval, maar door de snelle groei en ontwikkeling van rolstoelhockey is het bijna noodzaak een sportrolstoel te hebben.

Het voordeel van het hebben van een sportrolstoel:

  • Stoelen zijn altijd lichter van gewicht, ze zijn ontworpen om zo snel mogelijk te kunnen draaien en rijden.
  • De wielen kunnen schuin staan, (hangt af van de keuze bij aanschaf) zo val je minder snel om
    in een draai of bocht.
  • Je zit vaak lager in een sportstoel om beter kracht te kunnen zetten.

Het design van een sportrolstoel is ook anders, het ziet er sportiever uit, de kleur kun je naar eigen keuze bepalen evenals de wielbescherming en het type. 

Wielrenhandschoenen:
Buiten een rolstoel heeft de sporter ook bescherming nodig voor de handen. Daarvoor gebruiken we wielrenhandschoenen. Deze zijn gemaakt van leer en katoen. De handschoenen zorgen ervoor dat je tijdens het trainen of spelen van wedstrijden geen last krijgt van blaren en je beter grip hebt tijdens het rijden.

Kleding:
De kleding die je draagt tijdens rolstoelhockey is mede afhankelijk van de sponsor(s) die je hebt. DOING heeft als team alleen een gezamenlijk shirt. (donkerblauw met opdruk van de sponsor en de teamnaam).

Sticks:
De sticks van tegenwoordig zijn gemaakt van hard plastic en koolstof. Het speelblad is tegenwoordig bij de meeste sticks te verkrijgen in verschillende hardheden en er zijn ook stroken open (lopend in de vorm van het speelblad), dit is gunstig voor de snelheid van de slag van de speler.
Spelers die niet de mogelijkheid hebben hun stick vast te houden, maken gebruik van een T-stick, bevestigt onder aan de stoel en heeft de vorm van de hoofdletter T. Dit komt meestal voor bij degene die afhankelijk zijn van een elektrische rolstoel.

De Bal:
De bal is gemaakt van plastic. De bal bevat gaten, dit bevordert de snelheid van de bal. Wanneer je de bal hard schiet, komt de lucht van voren in de bal en gaat er aan alle kanten uit, ook aan de onderkant, hierdoor gaat de bal omhoog. Zo kan je dus bij hard schieten de bal over het stick van de tegenstander schieten. Je kan natuurlijk ook de bal door de lucht schieten door je stick een beetje schuin te houden (zodat je de bal als het ware schept) maar dan heb je ook kans dat je de bal snel uit het veld schiet.
De bal kan alle kleuren hebben maar meestal is de bal wit. De bal heeft een diameter van 7,3 cm.

Doelen (Goals):
De doelen die men het eerst gebruikte waren zelfgemaakt en simpel, dat was helemaal in het begin (1974), later werden er houten doelen gemaakt met een gespannen net erin. Vanaf 1995 tot op de dag van vandaag speelt men hockey met de in 1995 ontworpen doelen, deze zijn gemaakt van aluminium, licht van gewicht en inklapbaar.
Het verschil tussen de doelen van het h-rolstoelhockey en die van het e-hockey zit hem in de hoogte van het doel. De afmetingen van de doelen voor h-hockey zijn 220 cm x 40 cm en voor elektrisch rolstoelhockey is dat 220 cm x 20 cm, dit omdat anders een keeper bij het e-hockey die met een T-stick keept de bal niet tegen kan houden wanneer deze hoger in het doel gespeeld wordt.
Hij kan hem namelijk niet optillen om een bal die door gelucht geschoten wordt tegen te houden.

De Verschillende Speelvelden:
In het rolstoelhockey kun je te maken krijgen met twee verschillende soorten speelvelden.
Klassen: Superleague / Hoofdklasse > veld van 25 x 15 meter met het goal 2 meter van de achterlijn.
Klassen: 1e Klasse t/m 3e Klasse > veld van 20 x 10 meter, het goal maakt deel uit van de achterlijn.
Door de verschillende afmetingen van de velden is de bouw van het speelveld afzettingen ook anders.

De speelveldafzetting is een verzameling van een aantal lange hoekprofielen, aan elkaar verbonden
met een aantal verbindingsblokken.

De Belangrijkste Kenmerken En Spelregels

Natuurlijk bevat ook deze sport een aantal spelregels, de spelregels werden in de loop der jaren steeds
uitgebreider. Het veld is net als bij de meeste andere sporten in twee gelijke helften verdeeld.
Per helft is het veld weer in twee stukken verdeeld.
Het strafbalgebied loopt van de achterlijn tot de 5 meterlijn, het gebied lopend tussen beide 5 meterlijnen heet het vrije-balgebied, dit gebied wordt weer in twee delen gedeeld door de middenlijn. Wanneer er een zware overtreding wordt gemaakt in het strafbalgebied door het eigen team, dan volgt er eerder een penalty/strafbal dan wanneer deze overtreding wordt gemaakt in vrije gebied. Dan is de bal namelijk gewoon voor de tegenstander.
De keeper heeft zijn eigen keepersgebied (doelgebied), dat is een halve cirkel van rondom het doel, in dit gebied mag niemand komen zelfs geen medespeler. Wanneer een medespeler in zijn eigen keepersgebied rijdt of er zijn stick in steekt, dan krijgt de tegenstander een penalty cadeau. De keeper mag de bal overigens stoppen met de stoel, stick, handen en andere lichaamsdelen.

Teamsamenstelling:
De trainer of coach kiest per wedstrijd (in overleg met de spelers) de beste opstelling. De opstelling wordt vaak afgestemd op de tegenstander. Tijdens een wedstrijd in de Superleague en in de Hoofdklasse mogen er 5 speler in het speelveld staan:
1 keeper en 4 veldspelers. Er mogen maximaal 5 spelers wissel staan.
Tijdens een wedstrijd in de 1ste t/m 3de klasse mogen er 4 spelers op het speelveld staan:
1 keeper en 3 veldspelers, hier mogen 4 spelers wissel staan.
Het feit dat er in de Superleague en in de Hoofdklasse meer spelers op het veld mogen staan heeft er mee te maken dat het speelveld groter is dan in de anderen klassen, ook is het fysiek zwaarder omdat het tempo hoger ligt.

Er is natuurlijk ook een aanvoerder die het wedstrijdformulier tekent, het team stuurt als het niet zo best gaat,
of onterechte beslissing bespreek met een scheidsrechter.

De tijdsduur van een wedstrijd is ook weer afhankelijk van in welke klasse je speelt:
de tijdsduur van wedstrijden in de Superleague/Hoofdklasse.
Voor handbewogen hockey en elektrisch hockey is: 2x 20 minuten en 10 minuten rust.
De tijdsduur van wedstrijden in de 1ste t/m 3de klassen voor handbewogen hockey is:
2x15 minuten en 5 minuten rust.
De tijdsduur van wedstrijden in de 1ste t/m 3de klassen voor elektrisch hockey is:
2x 10 minuten en 5 minuten rust.

Veiligheid En Gezondheid

Voor de veiligheid van de speler tijdens de wedstrijd is ook gezorgd, de spelregels die gemaakt zijn horen bij de veiligheid van de spelers. Ook zijn de sportrolstoelen zo gemaakt dat ze een bijdrage leveren aan de veiligheid.
De rolstoel is namelijk gemaakt van licht materiaal (soms titanium, meestal aluminium).
De wielen van de meeste rolstoelen staan schuin, dit bevordert niet alleen de snelheid maar zorgt ook dat de rolstoel niet te veel met elkaar in aanraking komen tijdens het spel.
De rolstoel heeft vaak een klein kiepwieltje aan de achterkant van de rolstoel om achterover vallen te voorkomen. Een sportrolstoel bestaat uit een vast frame zodat er geen losse delen los kunnen raken en zo het spel kunnen belemmeren.

(bron: Werkstuk Sander Walison / Het ontstaan van rolstoelhockey)